Gedigten

Liefdesverklaring | Jan Greshoff

Ik hou zo van die donkre burgerheren
die langzaam wandlen over ’t Velperplyn
indeze koele winterzonneschyn:
de dominee, de dokter, de notaris
en 't klerkje dat vandaag wat vroeger klaar is.
Maar 't kan verkeren.
 
Zo onmiskenbaar ziet men aan hun kleren
dat zy regtvaardig zyn, terwyl de pligt
die eedle lynen groefde in hun gezigt:
de dominee, de dokter, de notaris,
drievuldig beelt van al wat wys en waar is.
Maar 't kan verkeren.
 
Op aarde valt voor hen niets meer te leren,
zy zyn volkomen gaaf en afgeront,
out-liberaal, wantrouent en gezont:
de dominee, de dokter, de notaris,
voor wie de liefde zelfs zonder gevaar is.
Maar 't kan verkeren.
 
Zy gaan zig nu voorzigtig laten scheren,
om daarna, met ervaring en verstant,
'n glas te drinken op 't hyl van 't lant:
de dominee, de dokter, de notaris.
'k Weet geen probleem dat hun na zes te zwaar is.
Maar 't kan verkeren. Ik hou zo van die zindelike heren,
levende monumenten op 't plyn
in deze veel te heldre winterzonneschyn:
de dominee, de dokter, de notaris,
die denken dat uw digter niet goet gaar is.
Maar 't kan verkeren!

Jan Greshoff

Liefdesverklaring | Jan Berits

Ik hou zo van die nette burgerheren
die foutloos spellen, met of zonder lyst,
en in wier geest geen enk'le twyfel ryst:
de dubb'le dee, de deetee en de teetee,
de stomme ha en wee doen keurig mee.
Maar 't zal verkeren.
 
Zo onmiskenbaar kan men konstateren
dat al hun letters doen hun dure pligt,
bewust van 't ygen offisieel gewigt:
de dubb'le dee, de deetee en de teetee,
de tussen -n en -s doen keurig mee.
Maar 't zal verkeren.
 
Van spellen hoeven zý niets meer te leren,
hun letterwerk is gaaf en afgeront,
steets onberisp'lik, netjes en gezont:
de dubb'le dee, de deetee en de teetee,
de lange en de korte ei doen mee.
Maar 't zal verkeren.
 
In 't najaar gaan ze tog weer wat studeren,
om daarna, met ervaring en verstant,
Hét Groot Dictee te winnen in dit lant:
de dubb'le dee, de deetee en de teetee,
de bastaartwoorden doen `exotisch' mee.
Maar 't zal verkeren.
 
Ik hou zo van die zindelike heren,
die troue letterknegten van de taal
in deze tyt van ontrou en kabaal:
de dubb'le dee, de deetee en de teetee,
ja álle nette letters spellen mee.
Maar 't zál verkeren!

Jan Berits

Dictees | Willem Wilmink

Grouwe gebauwen, louwe thee,
holadio, holadié,
word je broer dominee?
Heel gemakkelijk, zo'n dictee.
 
Jan vermeid het komitee,
holadio, holadié,
en de mijd bleikt heel tevré,
wat gemakkelijk, zo'n dictee.
 
Heremejee... ik heb een twee.
 
A.u. - o.u. - a.u.w.,
o.u.w. of dubbel-ee,
word je broer moet met d.t.,
wat een smerig rot-dictee.
 
En 't zijn niet alleen dictees
waar ik hier op school voor vrees:
ook elk opstel dat ik schrijf
staat van rooie strepen stijf.
Streep toch niet zo veel, meneer,
anders durven wij niet meer,
blijven wij ons leven lang
zelfs voor brieven schrijven bang.
A.u. - o.u. - a.u.w.,
o.u.w. of dubbel-ee,
d. of t. of d.t. -
stop ermee - stop ermee!

Willem Wilmink

Out-rym | Bart Slooten

De kat miauwt, en is ze klaar
Dan heeft ze gemiauwd, 't is raar.
Ik houd van jou, dat is gewis;
Jy houd van my, maar nu is 't mis,
Want jy houdt dat is met d.t.!
Spel even verder met me mee:
De vrou vertrouwt is met w.t.,
Maar hééft vertrouwd weer met w.d.
't Is wat zwaar, dus blyf erby,
Straks komt pas 't ynde van de ry.
'n Boom van hout met o.u.t.,
Maar 'n heraut met a.u.t.
En 't mysje Maud met a.u.d. ...
Is dat nu logies, ja of nee?
Wat kúnnen ze 't tog fraai versiren:
De uitgang - out op négen maniren
Te kunnen spellen, is dat niet raar
En voor vlot schryven 'n gevaar?
Ag, schaf tog af die nare kwelling;
Verklaar u voor 'n goede spelling!

Bart Slooten